Meditatie

‘Een pelgrimslied, van Salomo. Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan; als de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft, brood eet waarvoor u moet zwoegen: de HEERE geeft het Zijn beminden in de slaap.’ (Psalm 127:1-2)

Druk, druk, druk! Hoe vaak horen of gebruiken we deze woorden niet? Mensen zijn druk bezet. Sommige mensen werken van vroeg tot laat. Altijd zijn ze in de weer. De ene klus is nog niet geklaard of de volgende roept. Deadlines moeten worden gehaald; de klant wacht niet! Maar niet alleen met werken zijn we druk, ook met andere dingen. We besteden vaak heel veel tijd aan dingen die weliswaar niet verplicht zijn, maar waartoe we ons wel verplicht voelen. Het vreemde van onze maatschappij is, dat mensen vergeleken met vroeger veel meer vrije tijd hebben, maar dat ze zich tegelijkertijd vaak veel gestrester voelen. Zelfs jongeren ervaren die druk. Druk met je Facebook-profiel of Instagram up-to-date houden, appjes beantwoorden en al je tweets lezen. Want als je dat niet doet - zo is de angst – dan lig je eruit.
Zijn we ook zo druk met het Woord van God? Of staat het lezen van het Woord, het gebed en het overdenken ervan helemaal onderaan op onze agenda? Van Luther is bekend, dat hij veel tijd voor het gebed uittrok. Als hij het erg druk had met zijn werk, nam hij zelfs extra tijd voor het gebed. Want – zei hij – dan heb ik de Heere des te meer nodig. Een dergelijke houding moet ook Salomo gehad hebben. Salomo was als koning van Israël ongetwijfeld een druk bezet man. Hij had regeringsverantwoordelijkheid en daarbij veel sociale verplichtingen. In Psalm 127 geeft hij echter aan wat voor hem het belangrijkste is. Al je inspanning is tevergeefs, als God het werk niet zegent.
Salomo was een wijze koning. Hij wist de dingen in het leven te schatten op hun eigenlijke waarde. Hij bezag de dingen in het licht van Gods Woord en Zijn Koninkrijk. Niet ons zwoegen en slaven brengt voorspoed en echt geluk. We zijn afhankelijk van de zegen van de HEERE. Als Hij het huis niet bouwt, dan werken de bouwvakkers tevergeefs. Als Hij niet waakt over een stad, dan waken de wachters tevergeefs. Je kunt net zo vroeg opstaan als je wilt, je kunt jezelf enorm veel ontzeggen om je doel te bereiken, maar als God je inspanningen niet zegent, werk je uiteindelijk tevergeefs.
In de voorbeelden die Salomo gebruikt, doen mensen heel goed werk: een huis bouwen en een stad bewaken. Het gaat dus over bouwvakkers en politiemensen. Deze twee beroepen zijn slechts als voorbeeld gegeven. Al het werk dat we doen is ijdel, als God het niet zegent. Of we nu tuinder zijn, vertegenwoordiger, ouderling of dominee. We hebben allemaal Gods zegen nodig!
Daarmee is ons werken niet overbodig. God houdt niet van luie mensen. Salomo zegt elders: ‘Ga tot de mier, gij luiaard en wordt wijs’ (Spreuken 6: 6)! Luiheid en het vermorsen van onze tijd zijn geen deugden. Werken is een goddelijke opdracht. Zelfs in het paradijs gaf God Adam een taak (Genesis 2:15). Maar wie denkt dat hij er met werken alleen komt, rekent mis. Gods zegen is belangrijker. Die is doorslaggevend.
Waarom? Omdat rijkdom ons geen echt geluk brengt. Wie zegt dat je gezond blijft om van je rijkdom te genieten? Hoeveel jaloersheid van anderen kan rijkdom niet oproepen? Salomo beschrijft al deze en andere nadelige gevolgen in zijn boek Prediker (2: 11, 19 en 4: 8, 11). Niet ons werken maakt gelukkig, maar Gods zegen. En die zegen geeft Hij aan Zijn beminden als in de slaap, zomaar (vers 2). Niet ons werken, maar Gods zegen is doorslaggevend. Dat geldt ook voor kerkenwerk. Niet wij houden de kerk in stand, maar God Zelf, Christus Zelf bewaart Zijn gemeente. Dat maakt niet werkeloos, maar het zet onze inspanning wel in het juiste perspectief.
Allermeest geldt dat waar het de zaligheid betreft. Wij kunnen onze zaligheid niet verdienen. Ons werken schiet daarvoor te kort. Zelfs onze beste werken zijn met zonde bevlekt. Wie zichzelf kent in het licht van Woord en Geest, zal dat beschaamd beamen. Maar zo mogen we ook meer zien. Hij geeft aan Zijn beminden genade. Niet wat zij doen is doorslaggevend, maar wat Hij doet. Niet ons werk, maar Christus’ werk maakt het verschil. Met Christus’ werk is de Vader volkomen tevreden.
Laten we juist in deze vakantietijd Psalm 127 eens rustig overwegen en daaruit lering trekken voor ons dagelijks leven. Evalueer vanuit dit perspectief eens je dagelijkse arbeid en tijdsindeling: op de werkvloer, thuis, op school of waar dan ook, en ook het bezig-zijn in de kerk. Wie eigen kleinheid ziet, beseft dat Hij God nodig heeft en vooral om Zijn zegen verlegen is. Dat brengt tot gebed! Wie in het besef van afhankelijkheid van de HEERE leeft, mag ook ontspannen leven. Want Gods belofte luidt: ‘Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u worden toegeworpen’ (Mattheüs 6: 33). Hij geeft het Zijn beminden als in de slaap!

Ds. A.J. van den Herik